Browse By

Radboud: adhd-ers nauwelijks impulsiever

Zie onderaan alvast de eerste vier pdf’s van artikelen, geschreven door de Radbouduniversiteit in diverse internationale vakbladen.

Uitwerking Radboud Impact onderzoek stelt teleur

In ADD HOC van april jongstleden schreef ik over het onderzoek van Radboud als onderdeel van een grootschalig internationaal onderzoek dat men eindelijk adhd objectief meetbaar wilde maken. Ik beloofde een follow up. Hieronder een bespreking van de eerste artikelen die Radboud schreef de laatste maanden in vakbladen. De uitwerking van de data door Radboud is niet objectief en ronduit teleurstellend. Het is hopen dat Radboud haar methode verbetert bij verdere analyse van de data.

Oorspronkelijke doelstelling: adhd objectief meetbaar maken door functietesten

Zoals de onderzoekers destijds meldden, was het de bedoeling om meetbare zaken zoals woordenschat, associatievermogen, inhibitievermogen, reactiesnelheid met DNA en MRI scans in verband te brengen. Er zouden twee groepen proefpersonen onderworpen worden aan twee dagen testen:  een groep met de diagnose adhd of add, en een groep zonder. Het aantrekken van proefpersonen via Balans of adhdcafe’s en adhd nieuwsbrieven diende alleen om zo de kans vergroten mensen met de adhd genen te vinden. De DIVA lijst die tot op heden gebruikt wordt om de ”diagnose” adhd aan te tonen, geeft voor 40% een verkeerd beeld. Er wordt in de DIVA lijst alleen maar naar gedrag gekeken en niet naar adhd intrinsiek (focus/filter). Daarbij komt dat er ook in de controle groep respondenten: de mensen zonder adhd, ook wel per ongeluk een paar adhd-ers kunnen zitten, die dat niet weten.

Na het meten van functies als reactiesnelheid, woordenschat, inhibitievermogen, non verbaal IQ,  etc, zouden bij alle gegevens van beide groepen naar dwarsverbanden gezocht worden. Resultaten van alle respondenten zouden samen in een statistisch programma gegoten worden. Er zou dan gekeken worden of er significante verbanden zouden bestaan tussen de onderdelen. Viel woordenschat samen met bepaalde grotere hersendelen? (een uitkomst van een woordenopsom test zou vergeleken worden met de uitkomst van de MRI scans), en een reactiesnelheden test kon dan weer in verband gebracht worden met DNA uitkomsten etc. Zo zouden alle gegevens van alle respondenten in de mix gegooid worden en zou er onafhankelijk meetbaar naar grote statistische verschillen gezocht worden. Er zouden antagonisten kunnen zijn zoals: associatieve mensen hebben minder inhibitie oid. Zo zou het begrip ”adhd” een wetenschappelijke invulling krijgen, los van de DSM marketing.

De vier artikelen tot nu toe laten zien dat Radboud het tot nu toe niet heeft aangedurfd dergelijk baanbrekend onderzoek te doen. Alle uitslagen zijn wederom traditioneel gekoppeld aan de fictieve gedrags  DIVA eigenschappen als impulsief en hyperactief.

Radboud bijt zich in haar eigen staart.
Er blijkt uit het eigen onderzoek nauwelijks meetbare verschillen in ”impulsiviteit” te bestaan, en toch staat er boven elk artikel geschreven door Radboud nog steeds als definitie van adhd de ”impulsiviteits en hyperactiviteits stoornis”. Deze definitie is letterlijk overgenomen uit de DIVA lijst -een product van de pharmaceutische marketing-. Wordt het niet eens tijd voor een universiteit om deze prietpraat eindelijk eens los te laten?

Het heeft weinig zin om feitelijke objectief meetbare zaken te meten, als die vervolgens toch weer gekoppeld worden aan het fictieve beeld van de DSM en DIVA. Werkelijk in elk artikel worden alle gegevens gekoppeld aan vermeende gedragseigenschappen. En zo is de cirkel rond en het onderzoek onbruikbaar. Het heeft geen zin om omslachtig adhd in genotypes en fenotypes en endofenotypes onder te verdelen en eigenschappen te operationaliseren om deze vervolgens weer gewoon terug te koppelen aan de DIVA: zo is de cirkel rond en zijn we weer terug bij af.

Gedachtenfout
Daarnaast maakt Radboud nog een kapitale gedachtenfout: De rustige Add-er wordt ook als hyperactief meegerekend bij alle resulaten. Er deden aan het Impact onderzoek evenzovele add respondenten als adhd respondenten mee, toch wordt met copy-past elk artikel een inleiding een standaardtest geplakt over adhd als een ”impulsief en hyperactiviteits gedragsstoornis'”.

Radboud wil zo graag meedoen met de internationale discussie over de vermeende impulsiviteit dat het wel heel ver gaat om aan te tonen dat adhd-ers impulsief zijn. De veroordelende en weinig wetenschappelijke term ”impulsief” (niet nadenken voor een handeling, handelen vanuit een reflex en niet vanuit een bewuste overweging)  wordt geoperationaliseerd op twee manieren: het inhibitievermogen: hierbij blijken adhd-ers niet anders te zijn dan de controle groep. En een test waarbij respondenten middels ja of nee antwoorden telkens moeten antwoorden op de vraag: zou je liever bedrag x meteen willen hebben als bedrag y over zoveel maanden. Telkens worden de bedragen en tijdsperiodes veranderd. De gedachte is dat ”impulsieve” mensen vaker kiezen voor de optie snel wat geld nu dan over een jaar een iets hoger bedrag. De hele proef is gebaseerd op deze onjuiste aanname. (P.S. grappig: in antropologie betekent keuze voor korte termijn geld: een teken van armoede. Bij ontwikkelingsprojecten in armoede gebieden in Afrika worden projecten voor lokale bevolking bewust gericht op korte termijn gewin  als copingstrategie onder snel veranderende omstandigheden. Het hele microcrediet is erop gebaseerd. Is bepaald niet ”impulsief “).. Deze proef test dus helemaal geen impulsiviteit, omdat er juist wel wordt gevraagd naar een bewuste beslissing over lange tijd. In deze test wordt zowieso slechts een heel zwak verband gevonden. Als impulsiviteit nu juist een definitie is van adhd wordt gepresenteerd, dan zouden de adhd-ers volgens de eigen Radboud logica, wel 100% moeten scoren op een impulsiviteitstest.

Hiernaast een figuur dat de vermeende impulsiviteit van adhd-ers moet aantonen, maar elke wetenschapper weet, dat als je zo’n wolk ziet in je data: dat er dus geen verband bestaat. Je kunt met veel statistisch kunst en vliegwerk er nog iets van maken, en er achter de komme een kleine significantie van maken. Maar het rechtvaardigt bij lange na niet de conclusie dat ”adhd-ers impulsiever zijn” dan niet adhd-ers. Dat blijkt echt niet uit deze grafiek. Radboud gaat wel zo ver een abstract begrip als ”impulsiviteit” dat volgens eigen zeggen toch een kernkwaliteit van adhd zou moeten zijn, tot ver achter de komma door te rekenen om toch maar ergens een vaag verband te vinden.

Een ander probleem is de uitvoering van onderzoek. Bij een test moesten de proefpersonen meer dan 20 minuten in een MRI scan liggen. Bij nadere bestuderen van de data blijkt al dat onder de adhd-ers, (zoals je wel kunt verwachten) er enkele proefpersonen de MRI scan niet konden volbrengen, omdat het voor een rechtgeaarde adhd-er niet mogelijk is om helemaal stil te liggen (ook je hoofd zit vast in een ding). De andere add en adhd-ers kunnen gaan dissocieren (ik kan alleen over mezelf spreken). Het gedwongen langdurig stil liggen kan bij adhd tot dissociatie leiden. De resultaten van de test die je in de MRI scan moest doen (je moest met je vinger op een knop drukken als je stipjes in beeld zag, en eerst werd de test gedaan zonder beloning, en daarna nog een keer met beloning). Ik spreek over mezelf dat het niet de beloning (1euro) was maar de piepjes die mij uberhaupt wakker hielden en mijn gedachten gingen steeds in de dissociatiestand als gevolg van het vastliggen in een metalen ding en bijkomende angsten. Ik vind het behoorlijk knap dat bij de adhd-ers en add-ers het straiatum het uberhaupt nog deed. (deel van hersens binnenin dat voor beslissingen en afwegingen maar ook beloning gaat). Ik kan alleen voor mezelf spreken maar ik was de helft van de tijd echt op een andere planeet was door dissociatie als gevolg van de opsluiting. Roken mocht niet omdat je zo het resultaat zou kunne beinvloeden,  emaar uitgerekend het feit dat adhd-ers niet stil kunnen liggen, en dus kunnen gaan dissocieren, werd niet meegewogen in de resultaten. Me dunkt dat als je hyperactiven vastbindt in een MRI dat dit enorm veel invloed heeft op het resultaat.

Soms voelt een mens zich niet gezien. De Radboud heeft adhd niet gezien en niet begrepen. 

Ik blijf hopen dat in een tweede stadium de Radboud wel degelijk de oorspronkelijke doelstelling van het onderzoek zal uitvoeren: alle data direct in de statistische mix gieten, en direct de louter functionele meetbare testresultaten met elkaar vergelijken. En de gedragspsychologie en dsm marketing buiten beschouwing laat.

DAT1genbijkinderenandersvolwassenen (1)

hersenVolume en ADHD

NOS1_ImpulsiviteitRewardStriatum

RewardEnDAT1gen

One thought on “Radboud: adhd-ers nauwelijks impulsiever”

  1. Pingback: Radboud slaat plank mis bij adhd en hersengrootte – catching the drift
  2. Trackback: Radboud slaat plank mis bij adhd en hersengrootte – catching the drift

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam