Browse By

Psychologie Magazine kleunt mis met Barkley

Het juni 2013 nummer van Psychologie Magazine maakt een kapitale fout in haar adhd bijlage. Ze voert de Amerikaanse psycholoog Rusell Barkley op als ”adhd top onderzoeker”. De beste man is al jaren van dit voetstuk afgevallen en wordt vaak geweigerd door medische vakbladen. Psychologie Magazine trapt er wel in. Ernstig is, is dat de schrijfster van het artikel Inge Schilperoord overduidelijk zelf nooit een onderzoeksverslag van Barkley gelezen heeft. De man is direct in loondienst van de farmaceutische industrie en zijn ”onderzoeken” voldoen niet aan de wetenschappelijke standaard van random steekproef, steekproef van minimaal honderd mensen. Hij is een soort goeroe die soms echt waanzinnige teksten uitspreekt getuige dit urenlange betoog op youtube. Zijn publiek hangt aan zijn lippen maar telkens als hij aan wetenschappelijk onderzoek refereert, bestaat dit onderzoek niet echt. Barkley geeft hier zijn persoonlijke mening over adhd, maar doet het voorkomen alsof hij een wetenschapper is en alsof zijn beweringen uit onderzoek zou blijken. Dit is niet zo.

Psychologie Magazine kan soms met heel goede bijlages komen, zoals onlangs nog over autisme. Maar nu het over adhd gaat worden bakerpraatjes zonder controle en wederhoor letterlijk opgetekend. Het adhd orakel Barkley zegt in een interview met Psychologie Magazine dingen als: roekeloos rijgedrag komt vaak voor bij adhd /  tieners met adhd overlijden vier keer vaker in zelf veroorzaakte verkeersongelukken dan tieners zonder adhd / Barkley zou zelf onderzoeker zijn naar roekeloos rijgedrag van adhd-ers.

De waarheid is dat Barkley nooit onderzoek heeft verricht naar adhd dat ooit enige wetenschappelijke test heeft doorstaan. Op Pediatrics en andere medische vak websites, staan bijvoorbeeld een ”onderzoek” over rijgedrag en adhd van zijn hand, maar de onderzoeksgroep is in ieder geval veel te klein: namelijk 25. Bij het ”onderzoek” is geen enkele proefpersoon daadwerkelijk achter het stuur gaan zitten. Hij laat ze computerspelletjes doen en multiple choice vragenlijsten in vullen. Daadwerkelijke rijvaardigheid is niet gemeten. Een ander onderzoek van Barkey waar hij nog in 2006 een artikel schreef, bleek te gaan over 17 mensen die hijzelf als ”adhd” classificeerde, ”want” van school gestuurd. Hij concludeerde dat adhd-ers seksueel meer promiscue en delinquent gedrag zouden vertonen. Het onderzoek waaraan hij refereerde, bleek te komen uit de jaren 70. Het bleek een onderzoek niet naar adhd maar naar respondenten met ”adhd en oppositionele stoornis” . Over seksueel delinquent gedrag bleek helemaal niets uit zijn eigen oorspronkelijke onderzoek, dat had hij helemaal niet onderzocht. Barkley citeert vaker zijn eigen onderzoek dat dan niet blijkt te bestaan. Zijn conclusie over adhd  ”promiscue gedrag”  bleek geworteld te zijn zijn bevinding dat de jongens (allen jongens) die van school werden gestuurd of moeilijk gedrag vertoonden (zijn definitie van adhd) een paar procent  vaker geslachtsziekten hadden. Dit soort onderzoeken kan niet door de universitaire wereld gebruikt worden als referentie, maar de populaire bladen, aangemoedigd door hogere oplages zodra het over adhd gaat, citeren Barkley zonder zijn bronnen te checken.

Zo moet men alle beweringen van Barkley met een korreltje zout nemen. Toch wordt hij nu nog steeds vaak uitgenodigd als spreker en heeft hij volgelingen met name in de hulpverlening en in de farmaceutische industrie. Universiteiten wereldwijd zijn verplicht onderzoeken te checken en mogen dan ook Barkley’s cijfers over adhd niet gebruiken. Het is onbegrijpelijk dat Psychologie Magazine het wel doet. Het blad wordt gelezen door afgestudeerde psychologen en een dergelijke adhd bijlage serieus genomen.

Psychologie Magazine is om commentaar gevraagd maar hult zich in stilzwijgen.

Ook Pelsser wordt in de bijlage opgevoerd als ”deskundige”. Ze heeft inderdaad in The Lancet gepubliceerd, maar later trok dit vakblad haar bijdrage met terugwerkende kracht weer in. Iets dat veel publiciteit genereerde maar Psychologie Magazine citeert haar ”onderzoeksresultaten” als vanouds. Het blad citeert ”volgens de onderzoekster nemen de adhd-symptomen bij twee derde van de kinderen sterk af door dieetaanpassingen”. Dat dit ook bij de niet adhd- controle groep gebeurde vermelden ze er maar niet bij. Elke onderzoeksjournalist moet altijd eerst het geciteerde onderzoek zelf lezen alvorens de gegevens te mogen citeren, deze basis regel van onderzoeksjournalist wordt door Psychologie Magazine helemaal genegeerd.

Zo staat er op p 72 dat adhd-ers vaker een winterdepressie hebben (bron? ) . Als bewijs voor deze stelling wordt de Amerikaanse kaart gebruikt: in het zuiden is er minder adhd dan in het noorden! ”Dus” krijg je adhd van te weinig zonlicht!! logisch toch?

De hele bijlage valt wel te lezen als een opsomming van broodjes aap verhalen die er nog steeds hardnekkig bij psychologen heersen over adhd, terwijl universiteiten en echt wetenschappelijk onderzoek al meer dan tien jaar een geheel nieuwe weg is ingeslagen. Duits en Scandinavisch onderzoek zoekt naar een direct verband met dopamine aanmaak door de bijnier en bepaalde voedingsmiddelen, of de rol van vitamine D (zonlicht). Gewoon direct met exacte neurobiologie zijn wel voor adhd-ers interessante verbanden te leggen maar Psychologie Magazine heeft duidelijk de klok horen luiden maar weet niet waar de klepel hangt en citeert alles finaal uit de context.

In de bijlage staan constant foute beweringen als ”uit al het onderzoek blijkt dat adhd-ers 5% kleinere hersens hebben”. Voor de duidelijkheid: Gustaaf Bos heeft de mythes omtrent adhd allemaal onderzocht en het blijkt: deze bewering wordt vaak in diverse hulpverlenings-rapporten geciteerd maar als men daadwerkelijk het onderzoek dat dit aan zou tonen opzoekt blijkt dit er niet te zijn. Het is een welbekend adhd broodje aap dat telkens weer opduikt maar de vereiste bronvermelding blijft ook bij Psychologie Magazine uit.

Er zijn wel allerlei onderzoeken naar hersengrootten bij diverse groepen mensen. Zo hebben Aziaten naar verhouding, grotere hersens dan blanken, en Afrikanen naar verhouding kleiner: maar op IQ testen en andere cognitieve testen scoren ze even hoog.  Het is in ieder geval niet zo dat zwarten of Aziaten meer of minder adhd zouden hebben. Vrouwen hebben ook kleinere hersens dan mannen maar scoren op IQ testen en allerlei andere brein testen even goed.

Wel is er een hele wetenschap die zich bezig houdt met asymmetrisch ontwikkelde hersens, ‘thalmic surface” of het deel tussen de hersenhelften in, of de prefrontale kwab: volgens sommige onderzoekers bij bepaalde groepen groter of kleiner zijn. Maar het laatste woord is hierover nog niet gezegd. Bij adhd kinderen kunnen zaken als planning wel twee jaar achter op schema liggen, in vergelijking met leeftijdsgenoten dus of men adhd meet of een langzamere ontwikkeling omdat het kind zich eerst creatief, verbaal  en associatief aan het ontwikkelen is en het nu eenmaal niet alles tegelijk kan is de vraag. Hopelijk brengt het Radboud en de grootschalige internationale Impakt studie binnenkort uitslag over het verband tussen bepaalde hersendelen hun grootte volgens de MRI scan en het hebben van adhd. Op dit moment zijn die resultaten er in ieder geval nog niet.

Verder hanteert Psychologie Magazine consequent foutieve definities van adhd. Men noemt steeds de hyperactiviteit en impulsiviteit. De helft van de adhd-ers is totaal niet kinetisch hyperactief en het Radboud onderzoek toonde onlangs nog maar eens aan dat impulsiviteit erg slecht correleerde met adhd. (zie verder op deze site impakt studie de onderzoekresultaten in pdf toegevoegd)

Daarbij is al het onderzoek dat gedaan is in klinieken (vrijwel al het onderzoek) alleen van toepassing op ”klinisch adhd” en niet op gewoon adhd. Psychologie Magazine citeert gedurende de hele bijlage vele onderzoeksresultaten verkeerd, de hele bijlage gaat niet over adhd maar over ‘klinische adhd” dat wil zeggen adhd-ers onder klinische behandeling. Dat is de minderheid van alle adhd-ers. Zo is ook de opmerking dat ”80% van de adhd-ers aan een slaapstoornis leidt ongegrond. Dit cijfer komt uit onderzoek van PsyQ en het blijkt dat dit instituut louter onderzoek doet naar vastgedraaide en burn-out adhd-ers en de gewone goed functionerende adhd-ers niet documenteert. Het ”onderzoek” van PsyQ mag dan alleen maar geciteerd worden als ”klinische adhd”, bij navraag van addhoc.nl aan de heer Stammen, onderzoeker van PsyQ is het hem een doorn in het oog dat telkens dit onderscheid niet gemaakt wordt. Bij navraag heeft ook de website van de NvvP een algemeen percentage over adhd-ers (meer dan de helft heeft een persoonlijkheidsstoornis) terug moeten trekken, omdat dit cijfer niet afkomstig was van een random adhd steekproef, maar afkomstig was van de patiëntenpopulatie van overspannen adhd-ers. Het is jammer dat de populaire media vele onderzoeksresultaten verkeerd citeerd om zo adhd in de probleemhoek te trekken, terwijl de meesten juist over achievers zijn maar die zitten nooit in een onderzoeksgroep omdat alleen patiëntendossiers bij therapiegroepen gebruikt worden voor het onderzoek. het is dus geen random steekproef en zegt niets over de gehele adhd groep.psychologiemagazinecoverjuni2013

2 thoughts on “Psychologie Magazine kleunt mis met Barkley”

  1. gezondmooiblog says:

    Verschrikkelijk interessant dit. Ik heb deze bijlage ook gelezen, maar minder kritisch. Mijn mond valt open van verbazing! Dat er veel gelobbyd word wist ik al, ik vind het doodeng hoe er met de clienten word omgegaan door farmaceutische bedrijven. Ik vraag mij soms eerlijk af waar je nog op mag vertrouwen. Goed artikel dit!

  2. Silagra says:

    Hi there to every body, it’s my first pay a quick visit of this website; this weblog includes amazing and in fact excellent stuff
    in support of visitors.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam