Browse By

We

AUGUSTUS 2013

We

Met hoeveel we in totaal precies zijn? Ik heb geen idee.
Het merendeel van ons weet nog niet eens dat ze bij ‘De Club’ horen, dus dan is het nogal lastig tellen.
Om toch een globale inschatting te geven: met het aantal clubleden alleen al in Nederland, kan je zo’n vier keer de Amsterdam Arena vullen.
De groei van ons ledenaantal sinds de afgelopen paar jaar, komt door de toename van het aantal kinderen en daar zijn we best blij mee. Zij weten tenminste op jonge leeftijd al waar ze aan toe zijn en krijgen daarom vanaf nu hopelijk de juiste begeleiding.
In onze tijd was dat wel anders.

Op school vroegen we ons vaak af waarom we toch zo anders waren dan de anderen. Wij waren de buitenbeentjes en al gedroegen sommigen van ons zich misschien wat buitensporig, om nou te zeggen dat we helemaal niet spoorden… Geen van ons is uiteindelijk verbannen naar het gekkenpaviljoen.

Als je nu aan ons vraagt of we gelukkig zijn, dan wachten we even met antwoord geven. We denken eerst na over die vraag en juist dat doen we nu anders dan vroeger. En als we dan uiteindelijk antwoord geven, dan hopen we dat men ons wat beter begrijpt.  Vroeger dachten we te snel en gaven ook te snel antwoord. Wisten wij veel.

 Als kind flapten we er alles uit, kropen, klommen of hingen overal in en omdat iedereen achter ons aanliep, dachten we dat alle andere kinderen als ons waren. Maar intussen schreef de juf zuchtend ‘erg impulsief’ in ons rapportje en liet onze ouders op school komen.

Ook later vulden we de kamers met onze verhalen en ideeën, precies op de manier zoals het ook in ons hoofd eraan toegaat.  En tja, dan valt er wel eens wat om, vaak tot ergernis van velen. Maar gelukkig konden sommigen er wel om lachen, waardoor wij er nog een schepje bovenop deden.

Naarmate we ouder werden, vielen al die boze en vermoeide blikken ons echter steeds vaker op.  Daaruit lazen we dat wij zo druk waren, meestal te en omdat we dat thuis ook al vaak hoorde, probeerden we ons wat meer aan te passen.
En ach, alles wat buiten niet mocht, deden we gewoon binnen, met name in ons hoofd. Daar mochten al onze dromen gewoon blijven dansen als ballonnetjes in de wind.
Maar wat moesten we het toch vooral van buiten hebben, wat wilden we graag aan anderen laten zien wat wij allemaal konden zien.
“Kijk eens wat mooi? Geweldig toch?” riepen we dan steeds, onze ellebogen werden blauw van het aanstoten.
Inmiddels hebben we het opgegeven, want we ontdekte dat veel dingen die wij zien, anderen gewoonweg niet eens opvallen.

Die zijn voornamelijk druk met hun nieuwste Iphone en Whatsapp-en de hele dag met de persoon waar ze tegenover zitten. Wij missen dat, want wij hebben nog zo’n ouwe Nokia, eentje waar we het klepje van de batterij hebben vastgemaakt met plakband.

Wij praten ook liever in het echt met mensen en ontmoeten graag zoveel mogelijk nieuwe, want van nieuw worden we nieuwsgierig!
Wie we ook voor ons hebben, we vragen ze de oren van het hoofd en luisteren naar hun verhalen over hun werk in de ICT, de verkoop van hun huis of de geboorte van alweer de tweede. Bovendien luisteren we niet alleen, maar denken met ze mee en geven tips waar de meeste nog wat aan hebben ook.

Maar soms voelen ons ook wat verloren tussen al die mensen. We vragen ons dan weleens af waarom wij ons om heel andere dingen drukmaken dan de hypotheekrenteaftrek, de bladeren op het spoor of de eigen bijdrage in de zorg. Kennelijk zijn dat toch de dingen die er écht toe doen.

Komen wij aan met ons bericht op Facebook met dat artikel waarin staat dat Canada als enige land ter wereld de bankencrisis heeft overleefd. “WAAROM IS DIT GEEN WERELDNIEUWS?!” typten we er opgewonden boven, maar we kregen er niet één like op, niet één…

rozebrilMaar ach, we kunnen er wel om lachen hoor, want meestal hebben we onze roze bril op met glazen die tot wel 1000 keer vergroten.

Geloven en genieten, we kunnen het als ieder ander. Maar waarom blijft dan toch dat gevoel hangen nooit ergens bij te horen? We zoeken naar gelijken, maar vinden ze maar zelden. Kijken we niet goed genoeg of kijken we verkeerd? Hoe dan ook: we verdoen er vaak onze tijd mee, want zelden maken we iets af waardoor de stapel dossiers op ons bureau hoger en hoger wordt, net als de afwas in de keuken.

We zien de kunstjes van de sterren op TV, lezen de boeken van de bollebozen en vragen ons af hoe zij het wél voor elkaar krijgen hetgeen ons maar niet wil lukken. Ondanks dat weten we één ding zeker: wat zij kenne, kenne wij ook en misschien nog wel beter!

Dus al benijden we de kunstenaars, ze zijn wel onze enige hoop en voorbeeld en daarom schrijven, schilderen, zingen of acteren we erop los alsof het een lieve lust is. Daarmee creëren we onze eigen speelplaats in ons hoofd, waar alleen onze regels gelden. Voor ons is dat broodnodig: zo af en toe eens van die malle molen kunnen afspringen om langs de zijlijn even lekker ons eigen ding te mogen doen. Laat ons maar lekker prutsen aan ons beeld over hoe wij de wereld het liefst zien, af en toe zwaaien we wel even.

 “Veel plezier mensen, we komen straks weer!”

Jim.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam