Browse By

Tresspassing

Pas op de terugweg zag ik het bord: Streng verboden toegang, militair oefenterrein.

Dan verklaart veel. De targets op de grond geschilderd, het kapotgeschoten hutje.

Ik was vastbesloten een heel rondje om het eiland te lopen. Waarom? Daarom. Omdat ik nooit iets afmaak omdat het in mijn hoofd steeds begint te stormen zodra het een beetje moeilijk wordt. Omdat er iets moet buigen of breken: hoge ambities, laag zelfbeeld. Zolang die twee niet wat meer naar elkaar toekomen zit ik met die paniekaanvallen. En raak ik steeds burnout. En het enige dat helpt is verbeten kwaad rondlopen in een of ander natuurgebied, waar je niemand tegen komt.

De wilde kat schijnt aan die onbewoonde kant van Vlieland nog voor te komen. Er zijn sporen en vage schimmen op youtube. Veel mensen zien haar aan voor een gewone verwilderde huiskat, maar ze is een heel ander soort, niet te temmen. Ze lijkt bijna op een Lynx maar dan kleiner en zonder pluimpjes op haar oren. En ze is niet bang voor water: in een reflex rijgt ze aan haar klauw zo een vis, aan de wadkant van het eiland precies als het getij niet te hoog en niet te laag staat. Hoe is de wilde kat daar op Vlieland gekomen? Uit Skandinavie? Sinds er youtube bestaat is het niet meer het zoveelste verhaal van monster van Lochness, of Puma op de Veluwe. Maar net zo echt als de wolven die uit Duitsland die bij ons snachts stiekum oversteken. Om een paar zwijntjes op de veluwe op te eten, ze laten hun poep achter en die wordt dan onderzocht door wetenschappers die toch echt zeker denken te weten dat de wolven al onder ons zijn. Maar wie luistert er tegenwoordig naar wetenschappers? Als we daar naar zouden luisteren moesten we allemaal aan de zonnepanelen windmolens, electrische auto’s en moesten we de dijken verhogen. Nog even niet die felle realiteit, nog even dagdromen en genieten van onze welvaart. Nog niet ingrijpen, niet echt. Die mammoettanker moet bijgestuurd dreunt het waarschuwend in ons achterhoofd. Want anders vaart hij op een ijsschots en zinkt onze maatschappij als een Titannic als we nu niet bijsturen.

Maar nu nog niet. Nu hebben we zelfs wilde katten op Vlieland verwant aan de Sfynx, machtig mooie wilde dieren. Op die kant van het eiland waar niemand mag komen. En dat gebied dat defensie als oefenmateriaal gebruikt om uit de lucht 19 jarigen stoer te leren schieten op grote kruizen bullseyes getekend op de grond.

Absoluut niet toegankelijk buiten het toeristenseizoen. Maar ik loop door en lees geen borden, ik voel me langzaam aan een wilde kat worden: klim over die duinen, op te top laat ik mijn hoofd leeg waaien. Ploeter door die modder, ruik die zee. En zie konijnen holen en hoor de vogels.

In niemands land ben ik thuis, ik hoor een vliegtuig in de verte.

En eenmaal terug kijk ik toch maar op het bord en zie jij mag hier niet zijn. Als we je je aanzien voor een konijntje schieten we je neer.

Het doet me denken aan het mijnenveld in Angola, daar waar ik totaal naief overheen liep aan het eind van een half jaar verblijf, een vrijwilligersproject. Nog even de omgeving verkennen voor ik terugvlieg naar het aangeharkte Hema landje. Er stond wel een bord, maar las het niet. Ik kwam er pas achter dat ik letterlijk op een mijnenveld liep, toen ik mensen langs de weg naar me hoorde roepen. Maar toen ik dat hoorde, moest ik nog een stuk. En toen bleek dat ik mijn realisatie gewoon kon uitstellen. Eerst even hieruit weg lopen, mijn voetstappen in mijn oude voetstappen van de heenweg in het hoge gras. Als ik precies zo terugloop zoals ik gekomen ben dan zal ik niet…. Pas eenmaal terug op de weg durf ik die zin af te maken: ontploffen. Ik. Ik liep daar net echt op een mijnenveld. Maar ik ben niet ontploft. Er zijn geen ledematen rondgeslingerd vandaag, niet mijn ledematen. Nee natuurlijk niet hahaha. Spannend verhaal om mee thuis te komen. Maar waarom was ik toen niet bang, en waarom ben ik nu zon zenuwwrak en panisch zonder enige reden. (Ik blijk geen angst voor de dood te hebben, maar ben bang om te leven)

In dit veilige landje met een dak boven mijn hoofd, met de koelkast vol. Ben ik bang. Waarvoor, voor de tijd? Dat het leven aan me voorbijgaat zonder mijn inbreng. Dat ik het niet kan. Dat ik hier niet pas. Dat mijn dromen geen werkelijkheid worden. Dat dit alles is wat ik ben: een dromer. Ik besta eigenlijk alleen in theorie.

Nu loop ik weer op gevaarlijk terrein en ik denk: schiet mij maar lek. Ik loop hier lekker, dat ik elk moment kan ontploffen, is eigenlijk fijn omdat nu de fysieke werkelijkheid eindelijk overeenkomt met hoe ik me voel. Ik sta op ontploffen en ik ben in niemandsland. Ik moet mijn titannic bijsturen. Niet langer dralen, de tijd is nu.

En na uren de storm in mijn hoofd en driftige passen, loop ik weer het dorp in. En de mensen zien er aardiger uit. En het is allemaal niet zo zwaar. Zolang er nog waarschuwingsborden staan, is het maar een spel.

Als zelfs de wilde kat en de wolf uit hun sprookjesboek gestapt, gewoon in Hemaland hun kostje kunnen vergaren, dan misschien zou het mij ook kunnen lukken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam