Browse By

Kantelend Prisma

vGoghN8Ooit in mijn studententijd was ik op bezoek bij iemand, die nog iemand op bezoek had, een vage kennis die daar af en toe kwam aanlopen. Hij was niet op de fiets, maar te voet, en moest die avond ook nog wel anderhalf uur lopen voor hij thuis was. Maar daar hield hij van, wandelen.

Hij had echt zulke slechte ogen als ik, min zoveel. Maar hij had bewust zijn bril niet meegenomen, omdat hij het soms zo heerlijk vond om de wereld in al zijn vaagheid te bekijken.

En opeens zag ik het weer voor me: die heerlijke vaagheid. Bijna vergeten, maar nu fastforward uit het verleden hiernaartoe geteleporteerd.

Woem. Teruggeschoten ik ben weer vier, en zit op de kleuterschool. Ze hebben mijn goede oog dichtgeplakt om zo mijn luie oog te dwingen om te kijken. De eerste maanden was ik zo slechtziend dat je het bijna blind kon noemen: ik zag alleen licht en donker en wat vage vormen. Het was precies het jaar dat ik voor het eerst met klasgenoten in contact kwam en ik kon niet goed zien. Ik kon ze niet aankijken: (ik zag geen gezichten, alleen silhouetten). Ik kon niet aangekeken worden.

Maar wat een pracht. Het leek wel altijd kerst met al die lichtjes: want lampjes zag ik namelijk veel mooier dan anders. Zulke prachtige stralenkransen eromheen. Wij woonden boven het cafe van mijn ouders: een bak mensen met geuren en kleuren en geroezemoes. Koffie en bier en gelach. Mijn slaapkamerraam boven keek uit op de winkelstraat. Uit mijn raam hangend zag ik allemaal stralende lichtjes. Er was schuttersfeest en de fanfare kwam langs: ik wilde het zien! Mijn moeder zag ik worstelen: moest ze streng zijn en mij het verbieden de pleister af te trekken, of was dit zo’n bijzondere gelegenheid dat ze het me niet mocht ontzeggen? In beide gevallen zou ze een schuldgevoel hebben. Ik verloste haar uit haar twijfel en zei stoer dat ik de pleister op zou houden, dat de dokter het had gezegd en ik vond die lichtjes zo ook heel mooi en kon de muziek toch horen?

Maar die lichtjes waren echt mooier zonder goed zicht. De muziek klonk magischer, de voetstappen in de maat de fanfaremuziek van rechts van onder mijn slaapkamer raam, naar links langzaam wegstervend in de verte.

Ik vond het machtig mooi juist omdat mijn wereld zo vaag was. Ik vond de vaagheid zo mooi.

Zoveel jaren later in die huiskamer, netjes met fiets geplakt en al op tijd (vroeg vertrokken kaart snel weggestopt: verdwaal vaak maar vertel niemand). Ik was de normale vriendin in het gareel van het studentenleven en niet gesjeesd, en die kennis op bezoek was ”een beetje gek” die kwam af en toe langs. Maar hij gaf me een glimp in een wereld: zo kan het ook. Hij verloochende zich niet, zoals ik. Hij onderging de hoon van je bent gek. Maar dat je af en toe je bril bewust niet opdoet omdat je zo geniet van de vage glinsteringen, omdat je de geuren en kleuren zo meer voelt: dat is niet gek. Dat is geniaal.

Ik begreep het pas later: het is niet zo dat je iets mist, een stofje of een bril of geld of een fiets. Het is zo dat het leven door een prisma schijnt. En dat jij het grote geluk hebt dat je meerdere kleuren mag zien. En niet alleen maar eentje. En dat het rode zoveel roder lijkt als je ook blauw kunt zien. En dat als het je lukt het prisma te draaien, je niet moet vergeten af en toe ook weer die andere kant te zien. En niet te verloochenen. Want het is wie ik ben, mijn oudste herinnering: ik zag lichtjes zoals niemand ze zag.

En af en toe zie je om die heen die vaagheid: een Monet schilderij, of gestippelde aboriginal kunst. Of in de nachtlucht van Van Gogh. Zelfs regendruppels op asfalt. Glinsteringen die juist door hun vaagheid iets erachter doorlaten (niet de regen maar de natheid). Zoals een gedicht dat met poetische abstractie de letterlijke banale werkelijkheid overruled.

En ik probeer het prisma te besturen. Als ik rood zeg moet hij rood doorlaten, en als ik zeg blauw dan wil ik blauw. Maar hij doet niet wat ik zeg. Ik krijg zomaar een kleur steeds weer anders waardoor ik mijn plannen steeds moet bijstellen want met verkeerde kleur die dag kan ik toch niet werken? Wel kan ik er nu over schrijven, nu ik weet dat er ook anderen zijn die het hebben:

een kantelend prisma. Maar ik blijf zoeken naar de gebruiksaanwijzing. Soms is het echt nodig mezelf scherp te stellen, in het verkeer. Dan maar een pil. (Gelukkig had Monet die niet).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Protected by WP Anti Spam